zondag 3 maart 2013

Oculi Mei, derde in de veertig dagen



Op deze derde zondag van de 40-dagentijd branden er nog drie kaarsen.

Oculi is latijn voor "mijn ogen".

Uit Psalm 25:
D'ogen houdt mijn stil gemoed
Opwaarts, om op God te letten.

Maar de psalm voor vandaag is Psalm 51. Deze psalm van David kan tot de klaagliederen van een enkeling worden gerekend, maar hij neemt binnen dit genre een heel eigen plaats is. Normaal gesproken neemt ‘ de klacht’ binnen klaagliederen een grotere plaats in. Hier kunnen alleen vers 5, 6a en b, 7 een klacht worden genoemd. De wensen en de beden van de dichter voeren meer de boventoon dan de klachten. Dit zorgt ervoor dat de psalm een dringend karakter heeft. Ook de beden om vergeving (vs 3b,4,9,11) zijn bijzonder, deze komen zelden voor in klaagliederen.

Psalm 51 wordt ook gerekend bij tot de zeven boetepsalmen. Dit blijkt uit een diep inzicht van de dichter in zonde en genade.Waarschijnlijk is de psalm tussen 1000 en 586 voor Chr. geschreven, vóór de verwoesting van de tempel door Nebukadnessar.
 
Je kunt psalm 51 in twee delen verdelen: Vers 1 t/m 10 en vers 11 t/m 19. Het tweede deel heeft een sterke verwantschap met het eerste deel maar er zijn accentverschillen. In het eerste deel wordt vaker over zonde en ongerechtigheid gesproken dan in het tweede deel. Het gebed om vernieuwing ligt in het eerste deel wel opgesloten maar heeft in vers 11 t/m 19 een zelfstandige plaats. Het gebed om vreugde in vers 10, treedt in het tweede deel meer op de voorgrond. Vers 3 kan worden gezien als een inleiding op de psalm. Het begin en het slot van het eerste deel worden gevormd door gebeden, het middenstuk door schuldbelijdenis en lofverheffing. Het tweede deel bestaat uit een lange reeks van gebeden die alleen wordt onderbroken door een belofte in vers 15. Vers 18 is het slot van het geheel van gebeden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen